Gisteren brak een stevig publiek debat los naar aanleiding van de aankondiging van de docureeks “Het Bestaat” van Woestijnvis. Moeten we plegers, of mensen die zorgwekkende gedachten of impulsen naar kinderen toe ervaren, aanhoren? Ik ben overtuigd van wel Waarom dat zo belangrijk is, leggen verschillende betrokken experten momenteel uitvoerig uit in de media. Dat kan ik alleen maar toejuichen. Want hopelijk brengt het ons opnieuw bij een van de wezenlijke boodschappen van deze reeks: we mogen niet langer wegkijken van kindermisbruik. We moeten erover praten. En als we werkelijk aan preventie willen doen, moeten we ook moeilijke gesprekken durven voeren.
Te midden van alle commotie wil ik zelf even stilstaan bij een andere groep. Een groep van wie we vandaag veel minder horen: de overlevers die nog in stilte hun verhaal dragen.
Met mijn column ‘gewoon.over.leven’ wil ik het misverstand de wereld uit helpen dat overlevers van jeugdtrauma getekend zijn voor het leven. Ik mocht hierover ook een opiniestuk schrijven voor sociaal.net. Ook in “Het Bestaat” vertellen overlevers hun verhaal. Mensen die zich vandaag in staat voelen om daarmee naar buiten te komen en een bijzonder kwetsbaar deel van zichzelf met een groot publiek te delen. Maar niet iedere overlever kan of wil dat.
Zelf heb ik het geluk gehad dat er tegenover wat mij als kind werd aangedaan ook ontzettend veel liefde stond. De liefde en het vertrouwen die ik van mijn mama en grootouders kreeg. Mijn oma is ondertussen 102 en nog altijd kan ik met haar over alles praten. De band met mijn kinderen is goud waard. Ik heb een fantastisch lief dat mij steunt in wat ik doe en ook mijn kwetsbaarheden met veel zorg omarmt. En er zijn vrienden op wie ik altijd kan rekenen.
Die mensen hebben mee het verschil gemaakt. Hun liefde, betrokkenheid en zorg hebben mij geholpen om vandaag stevig genoeg te staan om mijn verhaal te vertellen en met Fonkel te doen wat ik doe.
Niet iedereen krijgt datzelfde tegengewicht. Sommige lotgenoten vinden de ruimte nog niet om hun verhaal te vertellen. Sommigen dragen verdriet, angst of pijn die nog te groot is om er woorden aan te geven. En sommigen zullen er misschien bewust voor kiezen hun verhaal nooit publiek te vertellen. Dat maakt hen niet zwakker. Dat maakt hun verhaal niet minder belangrijk. En het maakt wat hen is aangedaan niet minder werkelijk.
Net aan hen denk ik tijdens de commotie van de voorbije dagen. Want terwijl wij publiek debatteren over wie wel en niet gehoord mag worden, zijn er ook mensen die dit debat in stilte volgen en voor wie die ook een impact heeft. Die impact zien we niet noodzakelijk. Maar ze is er wel.
Wanneer overlevers zoals ik ervoor kiezen om wel het woord te nemen, doen we dat niet alleen voor onszelf. We kunnen ook woorden geven aan iets waarvoor een ander die woorden vandaag nog niet vindt. Je hoeft je verhaal niet publiek te vertellen om gehoord te mogen worden. Zoals gisteren in De Afspraak werd gezegd door Valerie Van Peel en Mel: “Wat ons overkwam, zal ons niet definiëren. Elke overlever verdient het om gehoord en beschermd te worden.”
Reactie plaatsen
Reacties
Zeer mooi hoe je ook de stille groep een hart onder de riem steekt nu het thema weer in alle hevigheid losbarst. Sereen en waardig geschreven.